In het begin kan het soms lastig zijn om de akkoorden goed te pakken. Daar zijn trucjes voor. Vooral kinderen kunnen dan toch alvast wat eenvoudige liedjes begeleiden, of zingen en spelen tegelijk. Alhoewel zingen en spelen tegelijk een kunst apart is, lukt het sommige kinderen aardig. Zeker als ze het liedje goed kennen.
Dus hoe doe je dat, de akkoorden makkelijk pakken?
Je gebruikt dan 1, 2 en soms 3 vingers en slaat daarbij minder snaren aan, dan als je het complete akkoord zou pakken.
Drie snaren aanslaan en dan heb je een akkoord.
Want wat is een akkoord? Minimaal drie verschillende tonen.
Er zijn echter ook powerchords en die hebben maar 2 verschillende tonen, waarvan 1 toon dubbel voorkomt, een octaaf hoger. Je kan dan ook wel zeggen dat er 3 verschillende tonen zijn.
Hoe ziet een 1-vinger akkoord er dan uit? Als je onderstaand akkoorddiagram bekijkt kun je het proberen met deze makkelijke vorm van een C akkoord.

Aan de linkerkant staan kruisjes en rondjes, x = de snaar niet aanslaan. Die staan hier bij snaar 4,5 en 6 de dikke snaren. Rondjes betekent, die snaren wel aanslaan. Dat zijn de losse snaren, waar geen vingers opstaan.
In dit geval van het C akkoord sla je snaar 1, 2 en 3 aan, de dunste snaren, de E, B en G snaar.
Op snaar 2 heb je vakje 1 ingedrukt. Met je wijsvinger, vinger 1 genoemd, is het 't handigst, die is het sterkst. Als je de drie vingers gaat gebruiken die voor het hele C-akkoord nodig zijn, dan staat die 1e vinger al goed.
Een barré akkoord zoals een F, is echt een killer voor de ongetrainde handen. Er zijn vele variaties te bedenken. Hieronder een paar variaties.
1. Hierbij kun je bijna dezelfde drie snaren aanslaan als bij het C akkoord. Je hoeft alleen de 2e en 3e snaar in te drukken. Dit doe je met de wijsvinger (vinger 1) en de middelvinger (vinger 2). Zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1 
2. Zo kun je ook de snaren 2,3 en 4 aanslaan waarbij je de 1e snaar moet dempen. Met deze vorm heb je drie vingers nodig. Wijsvinger (1), middelvinger (2) en ringvinger (3). Afbeelding 2 hieronder.
Afbeelding 2

3. De volgende vorm is vooral een goed begin om je vingers langzaam naar een volledig barré akkord toe te werken. Je platte wijsvinger over snaar 1 en 2, en op de 3e snaar vinger 2, je middelvinger. Hier sla je ook weer de 1e drie snaren aan. Afbeelding 3.
Afbeelding 3

Zo heb je een klein tipje van de sluier om makkelijk akkoorden te kunnen leren spelen gezien.


